|
Het is allemaal begonnen bij de tennisvereniging ’t Stort, aan het eind van het seizoen 1954. Een aantal competitiespelers was het niet eens met het, door het bestuur gevoerde, beleid en voelde zich steeds minder thuis, in de sfeer, binnen de vereniging. Het bestuur had meer oog voor uitbreiding van het ledenbestand en het recreatieve gebeuren, dan voor het wedstrijdelement. Dit laatste kwam nog eens duidelijk naar voren, toen het eerste team van ’t Stort een promotiewedstrijd naar de toenmalige overgangsklasse A in Hilversum moest spelen. Het bestuur schitterde door afwezigheid.
Uiteindelijk barstte de bom in de najaarsledenvergadering in 1954. Een motie tegen het door het bestuur gevoerde beleid haalde het net niet, omdat na het tellen van de stemmen (50 voor en 50 tegen), de penningmeester zijn neef optrommelde en de uitslag 50 voor en 51 tegen werd. Dit was voor een aantal leden een reden om een geheel nieuwe club op te richten. In een bijeenkomst op 17 december 1954 in caférestaurant “Van Ouds de Wapenroem” toentertijd gelegen op de hoek Utrechtsestraat/Stadsring, kwam een twaalftal leden bijeen en het resultaat was de oprichting van een nieuwe vereniging, die al spoedig de naam Flehite kreeg. De vereniging had een naam, een bestuur met als voorzitter Jan Bezem, twee competitieteams, maar nog geen banen om op te spelen. De gedachten gingen uit naar een park in Soest, maar via via, hoorde het bestuur van het oorspronkelijke plan van de familie Bindels, eigenaar van het Berghotel, dat men bij dit hotel twee tennisbanen wilde aanleggen. TV ALTA kreeg hier lucht van en wist de familie Bindels te interesseren voor de aanleg van vijf banen. Flehite zag haar kans schoon, omdat door deze verhuizing de locatie aan de BW-laan vrijkwam, maar ALTA weigerde het verzoek van Flehite in te willigen, om op de banen aan de BW-laan te spelen, omdat ALTA geen tweede tennisvereniging op de berg wilde hebben.
Een geluk bij een ongeluk was de opheffing van de TV TEVO spelend op de Volta- banen. Zo kon Flehite in 1955 op dat park starten met twee teams, uitkomend in de laagste klasse. Opnieuw beginnen dus(!!!), na gespeeld te hebben in de overgangsklasse B en tweede klasse. Hadden een aantal leden in 1954 het lef een nieuwe vereniging op te richten, al spoedig borrelden er ideeën op om eigen banen aan te leggen. Uit het contact met de familie Kolff, die toentertijd in het bezit was van half, ofwel heel, Nimmerdor, bleken er drie plaatsen te zijn, die geschikt waren, om een aantal banen aan te leggen. Eén van die plekken wasgelegen achter het voetbalveld van Amsvorde, in het verlengde van de Keesomstraat. Deze locatie viel echter af, vanwege het feit, dat het aanleggen van de benodigde nutsvoorzieningen te duur zou worden. Het werd uiteindelijk de locatie gelegen naast het zandpad, toen de Waterdaal.
Toen de rijksweg nog niet aangelegd was en men dit pad rechtdoor afliep, kwam men bij de ingang van een woning aan de Dodewegmet de benaming KWEWADA, kwekerij Waterdaal, het vroegere pand van de familie Kolff. Deze locatie kon het bestuur pachten voor een periode van 30 jaar, noodzakelijk om in aanmerking te komen voor een gemeentegarantie. De bedoeling was om drie banen aan te leggen, doch van de welstandscommissie van de gemeente Amersfoort moest er acht meter verschil zijn tussen de banen en het zandpad.
Noodgedwongen moesten er toen vier banen aangelegd worden. In 1957 begonnen leden met het kappen van de bomen, waarna de Heide Maatschappij met het grondwerk kon beginnen. Dankzij een gouden tip van de bulldozermachinist, die zei: “Graaf af tot de gele zandgrond, dat is beter voor de drainage”, zijn de vier kuilbanen aangelegd. Daarna konden de leden weer aan de slag met het egaliseren van de banen, het zeven van de sintels van de gasfabriek in fijn en grof, het maken van de betonranden voor de omheining van de banen – zelfs ’s avonds bij heldere maan – en het aanbrengen van het gaas. 
Maar met het aanleggen van de banen was men er niet, ook een clubhuis moest er komen. En dat clubhuis werd gevonden in een barak, die uit Duitsland kwam en als noodwoning had gediend voor burgemeester dr. Karl Jäger. Toen de barak op een winterdag werd afgeleverd sprak Max Wijtzes, architect indertijd, vol afschuw “Stuur dit onmogelijke ding maar weer terug naar Duitsland!” Maar uiteindelijk is de barak toch aan de Bosweg gebleven.
Onder bezielende leiding van Max Wijtzes en Joop Vahstal werd de barak omgetoverd tot het eerste clubhuis van Flehite. Jarenlang heeft dit clubhuis haar goede diensten bewezen, totdat in 1977 een nieuw tijdperk haar intrede deed. Het park, waar enige leden een heel jaar hun tennisgenoegens voor opzij hadden gezet, werd op Hemelvaartsdag 1958 geopend door burgemeester Molendijk met de woorden “Padi die men zelf heeft geplant” en met een demonstratiepartij van vier topspelers.
Voor het onderhoud en het bargebeuren op het nieuwe park zorgde het echtpaar Rosenboom. De financiën voor de aanleg werden verkregen middels renteloze leningen van een aantal toenmalige leden. Om de exploitatie los te koppelen van het verenigingsgebeuren – de banen moesten vanwege het sluitend maken van de begroting ook onderverhuurd worden – werd op 16 september 1958 de Stichting Tennispark Flehite opgericht. In 1974 kreeg de vereniging een meerderheidsbelang in het stichtingsbestuur en ging men plannen ontwikkelen om het park uit te breiden met twee banen. Dit leidde in 1977 tot de gewenste uitbreiding en tevens tot opheffing van de stichting. De financiële schuld was inmiddels door zuinig beheer geheel afgelost. De heer Kolff wilde wel grond beschikbaar stellen, maar zag niets in een pachtperiode van 30 jaar vanwege de gemeentegarantie. Hij stelde toen voor de grond inclusief de uitbreiding maar te kopen, overigens voor een appel en een ei. Hij stelde wel als eis, dat de uitbreiding niet verder zou gaan dan tot een aantal monumentale beuken, die nu nog steeds achter baan 5 en 6 zijn te bewonderen.
De aanleg van de banen was een mooie aanleiding om ook eens na te denken over het bouwen van een nieuw clubhuis. Geheel volgens traditie van Flehite werd dit voor het grootste gedeelte door eigen leden ontworpen en gebouwd. Max Wijtzes zag zijn kans schoon om zich te wreken op de oude barak door een schitterend nieuw clubhuis te creëren.

Een nieuw en veel omvangrijker stenen paviljoen herrees op de plaats, waar voorheen het oude clubhuis stond. Dit oude clubhuis heeft Flehite overigens geschonken aan de tennisvereniging “De Vale Ouwe” uit Putten. De oprichters van Flehite hebben nooit kunnen vermoeden, dat er binnen 25 jaar op een park gespeeld zou worden, waar menige vereniging in den lande jaloers op is.
|